Het internet stond op z’n kop toen werd aangekondigd dat Daniel Craig in Skyfall (2012) z’n good old vodka-martini zou inruilen voor een frisse Heineken. Met afgrijzen reageerden filmfans dat het toch niet kon zijn dat gerespecteerde filmmakers zich zouden verlàgen tot het niveau van (spuw!) product placement!?

In 1997, toen 007 nog gespeeld werd door een suave Pierce Brosnan, slaagden de producenten van Tomorrow Never Dies erin om het hele productiebudget (110 miljoen dollar alstublieft!) te verwerven via 8 merkenpartners. En allemaal kregen ze een rolletje in de film.

Product placement is een lastig beestje. Gehaat door velen, broodnodig voor 
anderen. En toch is het geen nieuw fenomeen. In 1920 – de industrie werd beheerst door slapstick comedies van de stilste soort – zat de film The Garage, met superster Fatty Arbuckle, vol logo’s van Red Crown Gasoline. Zeven jaar later, misschien wel het bekendste voorbeeld uit het tijdperk van de stille film, betaalde chocoladefabrikant Hershey’s een fortuin om aanwezig te zijn in het briljante Wings. (Een film die je absoluut moet zien, al was het maar voor de waanzinnig spectaculaire luchtgevechten!).

 

 

De volgende Bond, Spectre (release 4 november), zet die lange product placement traditie gezellig verder. Voor wie de James in zichzelf tot bloei wil laten komen: kleed je in de rolkraagtrui van N.Peal (300 dollar), nestel je in je custom Aston Martin DB10 (helaas niet te koop), hou de tijd in de gaten op jouw Omega Seamaster 300 (6000 dollar) en geniet nippend van een glaasje Belvedere vodka (40 euro per fles) van de vermoedelijk voorlaatste Bondfilm met Daniel Craig. Voor jouw eigen Monica Bellucci zal je zelf moeten zorgen.

Frederik Braem
Creative Services Director